ECLI:NL:CRVB:2013:2157
Centrale Raad van Beroep · 23-10-2013 · zaaknummer 12-3508 WW
Inhoudsindicatie
Bij besluit heeft appellant de WW-uitkering van betrokkene ingetrokken, omdat zonder inlichtingen over gewerkte uren het recht op WW-uitkering niet kan worden vastgesteld. Voorts heeft appellant de WW-uitkering van betrokkene als onverschuldigd betaald van betrokkene teruggevorderd. Bij nader besluit heeft appellant betrokkene een boete opgelegd. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld berust het intrekkingsbesluit niet op een schatting van de omvang van de werkzaamheden van betrokkene maar op toepassing van artikel 22a, eerste lid, aanhef en onder c, van de WW. Op grond van artikel 36a, eerste lid, van de WW is appellant gehouden de WW-uitkering van betrokkene, die als gevolg van het intrekkingsbesluit onverschuldigd is betaald, terug te vorderen. Geen dringende redenen. Op grond van artikel 27a, eerste lid, van de WW is appellant gehouden betrokkene een boete op te leggen wegens het niet nakomen van zijn inlichtingenverplichting. De opgelegde boete is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en alle overige ten aanzien van appellant gebleken omstandigheden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
