ECLI:NL:CRVB:2013:2152
Centrale Raad van Beroep · 22-10-2013 · zaaknummer 11-6104 WWB
Inhoudsindicatie
In de onderzoeksresultaten heeft het college aanleiding gezien om bij besluit, gericht aan appellant 1, de bijstand van appellant 1 in te trekken en de gemaakte kosten van bijstand terug te vorderen. Bij afzonderlijk besluit, gericht aan appellant 2, heeft het college de kosten van de aan appellant 1 verleende bijstand mede van appellant 2 teruggevorderd. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellanten vanaf 1 juli 1997 een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren en dat appellant 1 dit niet aan het college heeft gemeld. Appellanten hadden gedurende de hier te beoordelen periode hun hoofdverblijf in dezelfde woning, zodat aan het eerste criterium voor het voeren van een gezamenlijke huishouding is voldaan. De onderzoeksbevindingen bieden een toereikende grondslag voor de conclusie dat appellanten in de periode in geding blijk hebben gegeven zorg te dragen voor elkaar. De schending van de inlichtingenverplichting door appellant 1 staat in de weg aan een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel en op het rechtszekerheidsbeginsel.
Advocaten
- R.G.H.M. de Glas
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
