ECLI:NL:CRVB:2013:2145
Centrale Raad van Beroep · 22-10-2013 · zaaknummer 12-2876 WWB
Inhoudsindicatie
Op grond van de onderzoeksbevindingen heeft het college aanleiding gezien om bij besluit de aanvraag van appellante af te wijzen op de grond dat zij een gezamenlijke huishouding voert met K. Niet in geschil is dat appellante en K gedurende de hier te beoordelen periode hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, zodat aan het eerste criterium van een gezamenlijke huishouding is voldaan. De onderzoeksbevindingen van het team fraudecontrole bieden een toereikende grondslag voor het standpunt van het college dat ook aan het criterium van de wederzijdse zorg is voldaan. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een kostgangersrelatie dan wel van twee zelfstandige huishoudens. Dit betekent dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante in de te beoordelen periode met K een gezamenlijke huishouding voerde.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
