ECLI:NL:CRVB:2013:1764
Centrale Raad van Beroep · 04-09-2013 · zaaknummer 12-359 ZVW
Inhoudsindicatie
Buitenlandbijdrage Zvw over 2006. Verdragsgerechtigde. Cvz heeft erkend dat de in artikel 6.3.3, derde lid, van de Regeling genoemde termijn is overschreden. Anders dan namens appellant is betoogd, wordt aan de overschrijding van deze termijn niet de consequentie verbonden dat het besluit waarin de definitieve vaststelling is vervat daarmee onrechtmatig zou zijn. Bedoeld artikellid bevat geen verval- of verjaringstermijn bevat, nu de bevoegdheid van Cvz om de buitenlandbijdrage te heffen voortvloeit uit artikel 69 van de Zvw en artikel 6.3.3, derde lid, van de Regeling slechts regels stelt over de wijze waarop Cvz die bevoegdheid dient uit te oefenen. Eventuele onduidelijkheid over de rechtspositie kan er niet toe leiden, dat geen buitenlandbijdrage mag worden opgelegd. Deze bijdrage is imperatief wettelijk verschuldigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
