ECLI:NL:CRVB:2013:1650
Centrale Raad van Beroep · 04-09-2013 · zaaknummer 12-2597 WW
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is in geschil of de door appellant verrichte werkzaamheden terecht zijn aangemerkt als werkzaamheden uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd, als gevolg daarvan het recht op WW-uitkering terecht voor een oplopend aantal uren is herzien en een bedrag terecht van hem is teruggevorderd. Het antwoord op deze vraag luidt bevestigend. Het Uwv was op grond van art. 22a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW verplicht tot herziening van de WW-uitkering van appellant. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de WW was het Uwv gehouden de onverschuldigd betaalde WW-uitkering van appellant terug te vorderen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
