ECLI:NL:CRVB:2013:1581
Centrale Raad van Beroep · 28-08-2013 · zaaknummer 11-2004 WW-T
Inhoudsindicatie
Tussenuitspraak. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het bestreden besluit niet beoordeeld op basis van de verwachting die het Uwv kon hebben over de op te leggen maatregel ten tijde van het bestreden besluit. Zij heeft ten onrechte haar eigen oordeel leidend geacht. De rechtbank heeft daarmee een onjuiste toetsingsmaatstaf gehanteerd. Ook het bestreden besluit zal moeten worden vernietigd, omdat een deugdelijke motivering mist en niet voldoet aan de eis van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Toen het Uwv moest beslissen over een voorschot op de door appellante gevraagde WW-uitkering, had hij al kunnen vaststellen dat aan het ontslag geen arbeidsrechtelijke dringende reden ten grondslag heeft gelegen, omdat niet is voldaan aan de eis van subjectieve dringendheid. Dat leidt tot het oordeel dat na vernietiging van het bestreden besluit de rechtsgevolgen daarvan niet in stand zullen kunnen blijven.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
