ECLI:NL:CRVB:2013:1235
Centrale Raad van Beroep · 31-07-2013 · zaaknummer 12-6441 WSF
Inhoudsindicatie
De tekst van art. 3.27, tweede lid, van de Wsf 2000 is volstrekt duidelijk en laat geen ruimte voor een andere uitleg dan dat ook in de situatie dat (aantoonbaar) geen gebruik is gemaakt van het reisrecht de vordering in de aangegeven hoogte dient te worden opgelegd. De minister heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat er geen reden is voor toepassing van de hardheidsclausule. De OV-schuld is niet aan te merken als een (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie doch reparatoir van aard is. Hierdoor bestaat er geen ruimte om te toetsen of de vordering voldoet aan het evenredigheidsbeginsel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
