ECLI:NL:CRVB:2013:1188
Centrale Raad van Beroep · 30-07-2013 · zaaknummer 12-547 WWB
Inhoudsindicatie
De Raad heeft geoordeeld dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor het oordeel dat S in de periode in geding een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met appellant. Het college was niet bevoegd de kosten van de over de periode in geding aan S verleende bijstand mede van appellant terug te vorderen. Het bestreden besluit berust dan ook niet op een deugdelijke motivering. Vernietiging uitspraak. Beroep gegrond. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en herroept het medeterugvorderingsbesluit van 29 juni 2010 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
