ECLI:NL:CRVB:2013:1095
Centrale Raad van Beroep · 23-07-2013 · zaaknummer 11-485 WW-T
Inhoudsindicatie
Tussenuitspraak. Het Uwv heeft aan appellant ten onrechte WW-uitkering geweigerd op de grond dat aan zijn werkloosheid een arbeidsrechtelijke dringende reden ten grondslag ligt. Van verwijtbare werkloosheid in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW is geen sprake. De Raad kan niet zelf in de zaak voorzien omdat voor de bepaling van het recht op WW-uitkering van appellant met ingang van 7 april 2009 diverse gegevens nodig zijn waarover de Raad niet beschikt. Hij kan thans slechts vaststellen dat appellant als gevolg van de door de kantonrechter toegewezen loonvordering niet eerder dan met ingang van 24 april 2009 werkloos kan zijn geworden in de zin van artikel 16, eerste lid, van de WW. Gegevens ten behoeve van de bepaling van de duur en de hoogte van de uitkering zijn niet voorhanden. Nieuwe beslissing op bezwaar.
Advocaten
- M. Adansar
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
