ECLI:NL:CRVB:2012:BY2381
Centrale Raad van Beroep · 06-11-2012 · zaaknummer 11-1426 WWB
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering bijstand. Appellanten hebben niet betwist dat zij de onroerende zaken in eigendom hadden en dat zij de inlichtingenverplichting hebben geschonden. Appellanten erkennen dat de waarde van de onroerende zaken vanaf 1 januari 2003 hoger is dan de voor hen geldende vermogensgrens. Tussen partijen is nog in geschil of dat ook het geval is geweest over de periode van 1 juli 1997 tot 1 januari 2003. Er bestaan geen concrete aanwijzingen dat bij de aanvang van de in geding zijnde periode van een substantieel lagere waarde van de onroerende zaken zou moeten worden uitgegaan dan de waarde op 1 oktober 2009 waarvan het college in bezwaar is uitgegaan. Appellanten hebben het bestaan van een schuld onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het college heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat het recht over de periode in geding niet is vast te stellen.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
