ECLI:NL:CRVB:2012:BY1394
Centrale Raad van Beroep · 23-10-2012 · zaaknummer 10-4420 WWB + 10-4421 WWB
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering bijstand. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er, gelet op de waarnemingen, een redelijke grond was voor het afleggen van een onaangekondigd huisbezoek. Er bestond voor het college geen andere effectieve en voor appellanten minder belastende wijze om onderzoek te doen naar de rommelmarktactiviteiten van appellant. De beroepsgrond dat aan appellanten de cautie had moeten worden gegeven slaagt niet. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 28 oktober 2008, LJN BG3682), kan de rechtsfiguur van intrekking van bijstand niet worden beschouwd als een bestraffende sanctie maar als een op herstel gerichte maatregel. Dat de schending van de inlichtingenverplichting als zodanig ook een strafbaar feit oplevert, betekent niet dat een bestuursorgaan is gehouden aan de betrokkene, die een verklaring aflegt in het kader van een onderzoek dat uitsluitend erop is gericht het recht op bijstand (nader) vast te stellen of te herbeoordelen, bescherming en waarborgen te bieden als ware hij een verdachte in strafrechtelijke zin. Dat appellanten voorafgaande aan de door hen afgelegde verklaringen er niet op zijn gewezen dat zij het recht hebben om te zwijgen, leidt dan ook niet tot de conclusie dat die verklaringen door het college niet bij de besluitvorming mochten worden betrokken. Appellanten hebben van de werkzaamheden van appellant op rommelmarkten en de daarmee verworven inkomsten geen melding hebben gemaakt aan het college. Schending inlichtingenverplichting.
Advocaten
- F.G.D. Pykstra
- N.J.J. Massier
- P.L.E.M. Krauth
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
