Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BY1363

Centrale Raad van Beroep · 17-10-2012 · zaaknummer 10-3061 AWBZ

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag vergoeding van de kosten van opname in de Priory en in de Oberbergkliniek en de kosten gemaakt door Solutions. Voor de opname in de Priory in maart 2004 is niet gebleken van enige verwijzing van de huisarts, behandelend specialist of bedrijfsarts. Ook voor de opname in de Priory in juli 2004 is er geen verwijzing als bedoeld in artikel 8 van de AWBZ. De gestalttherapeut is geen huisarts of behandelend specialist, zodat zijn brief niet kan worden aangemerkt als een verwijzing. Voor de opname in de Oberbergkliniek blijkt uit het journaal van de huisarts dat op 22 december 2004 in overleg met de Jellinekkliniek in Amsterdam is geadviseerd tot een detoxbehandeling, welke op 9 januari 2005 in de Oberbergkliniek is verleend. Uit het journaal blijkt verder dat de huisarts daarvoor destijds een verklaring aan de Oberbergkliniek heeft geschreven. In een mail van 3 september 2012 heeft de huisarts bevestigd dat hij appellant naar de Oberbergkliniek heeft verwezen. Met inachtneming van de ratio van artikel 8, eerste lid, van de AWBZ is hiermee voldoende recht gedaan aan de doelstelling van het vereiste van een verwijzing. Gelet op de door appellant onderbouwde wachttijd bij de Jellinekkliniek en de door CZ vermelde gemiddelde wachttijden, die de Treeknormen ruim overschrijden, acht de Raad niet aannemelijk dat CZ appellant destijds binnen de Treeknormen voor een detoxbehandeling en voortgezette behandeling zou hebben kunnen bemiddelen naar een gecontacteerde zorgaanbieder. Het feit dat appellant pas na jaren om toestemming heeft verzocht kan gevolgen hebben voor eventuele bewijsnood aan de zijde van CZ, maar daarvan is de Raad niet gebleken. CZ heeft bij de voorbereiding van de bestreden beslissing en ook na het specifieke verzoek van de Raad niet onderzocht hoe lang destijds de wachttijden voor behandeling bij de door haar genoemde instellingen waren. Het slechts melden dat bij tijdige aanvraag om toestemming CZ had kunnen interveniëren bij zorgaanbieders is niet genoeg. Dit betekent dat CZ niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor appellant ten tijde in geding binnen de maximale wachttijden volgens de Treeknormen een identieke of even doeltreffende zorg bij een gecontracteerde instelling voorhanden was, zodat CZ de toestemming voor de op 9 januari 2005 aangevangen opname in de Oberbergkliniek niet had mogen weigeren.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.