Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BX9964

Centrale Raad van Beroep · 11-10-2012 · zaaknummer 11-1440 AW

Bestuursrecht; Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om PTSS-klachten en burn-out aan te merken als een beroepsziekte in de zin van art. 1, lid 1, aanhef en onder y Barp. Appellant bestrijdt de toepassing van het buitensporigheidsvereiste. Raad: In recente rechtspraak is het buitensporigheidsvereiste uitdrukkelijk bevestigd (CRvB 28 april 2011, LJN: BQ3470; CRvB 24 november 2011, LJN: BU7194). (…) Het buitensporigheidsvereiste geldt ook indien de toe te passen rechtspositieregeling daarin niet met zoveel woorden voorziet. Het gaat daarbij om de uitleg die wordt gegeven aan in dit geval de voorwaarde dat de arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de werkomstandigheden. In het buitensporigheidsvereiste en de daarbij toe te passen objectivering ligt besloten dat geen rekening wordt gehouden met een meer dan gemiddelde individuele gevoeligheid van de betrokken ambtenaar voor bepaalde werkomstandigheden. Verder moet de buitensporigheid worden beoordeeld in verhouding tot de opgedragen werkzaamheden en de daarbij behorende omstandigheden. Dit betekent dat gebeurtenissen en werkomstandigheden die inherent zijn aan de functie als oorzaak van psychisch disfunctioneren buiten beschouwing moeten blijven. De redenen hiervoor zijn specifiek gelegen in de psychische aard van de klachten. Het betreft een problematiek die zich bij zuiver lichamelijke klachten niet in dezelfde vorm voordoet. Anders dan appellant meent, bewerkstelligt het buitensporigheidsvereiste niet dat bij psychische schade nimmer van een beroepsziekte sprake kan zijn. De Rb. heeft ten aanzien van de PTSS vastgesteld dat de gebeurtenissen waarmee appellant in zijn werk is geconfronteerd als buitensporig (“abnormaal en excessief”) zijn aan te merken. Dit is een stellig en onvoorwaardelijk oordeel waaraan de korpsbeheerder, nu hij het zijnerzijds ingestelde hoger beroep heeft ingetrokken, in deze procedure verder is gebonden. Van de hier bedoelde buitensporige factoren, die tot de PTSS hebben geleid, kan echter niet worden gezegd dat zij in overwegende mate aan het ontstaan van de burn-out hebben bijgedragen. Daarvoor zijn duidelijk andere oorzaken aan te wijzen. Uit het rapport van de psycholoog komt naar voren dat de opeenstapeling van belastende gebeurtenissen, behorende bij het werk, bij het ontstaan van de uitputtingsklachten heeft meegespeeld, maar ook niet méér dan dat. Daarnaast noemt Van der Burgh een groot aantal andere factoren die tot de uitputtingsklachten hebben geleid, zoals ontwikkelingen in de organisatie, moeite met jongere collega’s, het karakter van appellant en life events in zijn persoonlijk leven. Voor een overwegende rol van de traumatische gebeurtenissen bij het tot ontwikkeling komen van de burn-out is in de beschikbare medische gegevens verder geen enkel aanknopingspunt te vinden. Voor het overige zijn geen buitensporige factoren in de hierboven bedoelde zin naar voren gekomen die tot de burn-out kunnen hebben geleid of aan het ontstaan daarvan kunnen hebben bijgedragen. De enkele stelling dat sprake was van pressie om minder gewenste werkzaamheden op te pakken, van een behoorlijk toenemende werkdruk en van roosterproblemen, is niet voldoende om tot buitensporigheid in de werksituatie te concluderen. Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het verzoek om erkenning van de burn-out als beroepsziekte op goede gronden is afgewezen.

Advocaten

  • W.J. Dammingh

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.