ECLI:NL:CRVB:2012:BX9657
Centrale Raad van Beroep · 09-10-2012 · zaaknummer 10-6229 WWB + 10-6230 WWB + 10-6231 WWB
Inhoudsindicatie
Niet voldaan aan voorwaarden voor gelijkstelling met Nederlander. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit. In 2001 is hij vanuit Italië, alwaar hij een verblijfsvergunning had, naar Nederland gekomen. De toen aan appellant verleende verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is in 2006 ingetrokken op de grond dat bij de verlening daarvan ten onrechte was aangenomen dat appellant een EU-onderdaan was. Appellant heeft nadien een aanvraag gedaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de zin van artikel 14 Vw 2000, met als doel medische behandeling. Deze aanvraag is bij besluit van 24 april 2008 afgewezen. Hij mocht de behandeling van die procedure in Nederland afwachten. Appellant heeft in 2009 een aanvraag om algemene bijstand ingediend en ook twee aanvragen om bijzondere bijstand. Deze aanvragen zijn afgewezen op de grond dat appellant voor de toepassing van de WWB niet gelijk te stellen is met een Nederlander. Appellant voert in hoger beroep onder meer het volgende aan. Gelet op het eerdere, rechtmatige verblijf tot en met 2006, is wel degelijk sprake van een vervolgaanvraag voor voortgezet verblijf, dan wel dient de vervolgaanvraag in alle redelijkheid als een aanvraag voor voortgezet verblijf te worden beschouwd en kan in alle redelijkheid een beroep op het Besluit gelijkstelling vreemdelingen WWB, IOAW en IOAZ (Besluit) worden gedaan. Vast staat dat appellant na de intrekking van zijn verblijfsvergunning in 2006 een aanvraag heeft ingediend om toelating op grond van een andere verblijfstitel. Dit betekent dat appellant niet voldoet aan de in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit neergelegde voorwaarde voor gelijkstelling met een Nederlander. Voorts staat vast dat appellant evenmin voldoet aan de in onderdeel b neergelegde voorwaarde voor gelijkstelling. Anders dan appellant veronderstelt, biedt artikel 11, derde lid, aanhef en onder b, van de WWB in verbinding met artikel 1, eerste lid, van het Besluit geen ruimte om een vreemdeling die niet voldoet aan de in laatstgenoemd artikellid opgenomen voorwaarden voor gelijkstelling toch gelijk te stellen met een Nederlander.
Advocaten
- C.J. Driessen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
