Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BX9398

Centrale Raad van Beroep · 28-09-2012 · zaaknummer 10/1950 TW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Appellant woonde ten tijde van de inwerkingtreding van de Wet BEU op 1 januari 2000 in Nederland. Op 1 september 2002 is hij naar Turkije verhuisd. In verband met het wonen buiten Nederland is zijn toeslag met ingang van die datum beëindigd. In 2007 heeft appellant opnieuw toeslag op grond van de TW aangevraagd. Deze is hem bij besluit van 27 februari 2008 geweigerd. Appellant is destijds niet in rechte opgekomen tegen de besluiten tot beëindiging c.q. weigering van toeslag. Naar aanleiding van het prejudiciële verzoek van 1 november 2007 heeft appellant het Uwv bij brief van 18 maart 2009 verzocht om terug te komen van het besluit waarbij de toeslag is beëindigd, voor zover daarbij geen compensatie is verleend op grond van artikel 1 van het Eerste Protocol. Het verzoek is afgewezen door het Uwv: geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden. Volgens vaste jurisprudentie vormt de inhoud van inmiddels tot stand gekomen jurisprudentie op zichzelf geen grond voor het doorbreken van het rechtens onaantastbaar zijn van besluiten waartegen niet in rechte is opgekomen. Naar aanleiding van de stelling van appellant, dat het Uwv op grond van het arrest Kühne & Heitz, gehouden is terug te komen van de beëindiging van de toeslag nu gebleken is dat deze in strijd is met een internationaal verdrag, wordt het volgende opgemerkt. In genoemd arrest heeft het Hof overwogen dat een bestuursorgaan verplicht is een onherroepelijk geworden besluit opnieuw te onderzoeken ten aanzien van de toepassing van communautair recht op grond van nieuwe jurisprudentie, indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. In het onderhavige geval is niet aan de door het Hof gestelde voorwaarden voldaan. Het beëindigingsbesluit is niet door een uitspraak van de hoogste nationale rechter in rechte onaantastbaar geworden, maar door het feit dat appellants beroep niet-ontvankelijk is verklaard en hij daartegen geen hoger beroep heeft ingesteld. Er kan worden vastgesteld dat de situatie van appellant niet vergelijkbaar is met de situatie van de Turkse uitkeringsgerechtigden die in de uitspraak van 14 maart 2003 aan de orde was. In navolging van de rechtbank is daartoe in aanmerking genomen dat die Turkse uitkeringsgerechtigden al in Turkije woonden ten tijde van de inwerkingtreding van de Wet BEU op 1 januari 2000. De wet voorzag voor deze groep in een overgangsregeling. De toeslag van deze Turkse uitkeringsgerechtigden is vanaf 1 januari 2001 hersteld en met ingang van 1 juli 2003 weer beëindigd. Appellant is hiermee niet gelijk te stellen. Appellant zijn recht op toeslag is beëindigd in verband met zijn verhuizing naar Turkije in 2002, na de inwerkingtreding van de Wet BEU. Op hem was de overgangsregeling niet van toepassing.

Advocaten

  • N. Türkkol

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.