Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6554

Centrale Raad van Beroep · 05-09-2012 · zaaknummer 11-3375 WW-T

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 maart 2010 heeft appellant het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer gelegd en werknemer strafontslag verleend met ingang van de dag na ontvangst van het besluit, omdat hij zich, door niet aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen tijdens de proeftijd, opnieuw schuldig heeft gemaakt aan het gedrag dat aanleiding was geweest voor het voorwaardelijk ontslag. Bij besluit van 8 april 2010 heeft het Uwv werknemer een uitkering ingevolge de WW geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos is geworden. Appellant heeft terecht erop gewezen dat de functie die een politieambtenaar vervult, meebrengt dat aan hem bijzondere eisen mogen worden gesteld met betrekking tot handelen en nalaten in de privésfeer. Het aanzien van de politie wordt geschaad en er ontstaat een veiligheidsrisico als er, omdat de betrokken ambtenaar zijn financiële huishouding niet op orde heeft, bij voortduring loonbeslagen worden gelegd (CRvB 10 maart 2011, LJN: BP7652). Bij zijn voornemen om werknemer bij wijze van disciplinaire straf voorwaardelijk te ontslaan heeft appellant aan werknemer kenbaar gemaakt, dat een politieambtenaar kwetsbaar wordt als hij structureel niet in staat blijkt te zijn te voldoen aan zijn financiële verplichtingen en dat dit bovenal geldt voor de werknemer, die werkzaam is in een executieve werkomgeving met bijzondere bevoegdheden en toegang tot alle informatiesystemen. Het Uwv en de Rb. zijn aan het bijzondere karakter van de functie van werknemer als medewerker van een meldkamer van de regiopolitie voorbijgegaan. Het veiligheidsrisico dat ontstaat omdat werknemer als gevolg van zijn schuldenpositie chantabel kan zijn, kwalificeert als een reden die dwingt tot een beëindiging van het dienstverband. In het licht van de schriftelijke berisping in 2005 gevolgd door de bij het besluit van 2 juli 2009 opgelegde - op een na zwaarste - disciplinaire straf, die gelijk is te stellen met een laatste ernstige waarschuwing in het arbeidsovereenkomstenrecht, was er sprake van een arbeidsrechtelijke dringende reden in objectieve zin toen aan appellant bekend was geworden dat er terecht opnieuw loonbeslag was gelegd. Er is daarmee een situatie ontstaan waarin het redelijkerwijs niet van het politiekorps kon worden gevergd de arbeidsrelatie met werknemer nog langer te laten voortduren. Van persoonlijke omstandigheden van werknemer die voor appellant aanleiding hadden moeten zijn om van tenuitvoerlegging van het strafontslag af te zien, en die meebrengen dat van een arbeidsrechtelijke dringende reden geen sprake was, is niet gebleken. Afgezet tegen de ernst van de werknemer gemaakte verwijten zijn zijn leeftijd, de duur van het dienstverband, het feit dat hij - naar moet worden aangenomen - in zijn functie van medewerker van een meldkamer naar behoren functioneerde en de gevolgen van het strafontslag geen omstandigheden die de dringendheid van de ontslagreden wegnemen. Aan appellant was, nadat hij als zorgvuldig werkgever werknemer de mogelijkheid had geboden om zijn stelling te onderbouwen dat de beslaglegger onjuist had gehandeld, begin januari 2010 duidelijk geworden dat zich de situatie voordeed dat hij het dienstverband met werknemer niet kon voortzetten en tot het besluit kon komen om daaraan middels het ten uitvoer leggen van het voorwaardelijk strafontslag een einde te maken. Niet kan worden gezegd dat appellant nadien - als ambtelijk werkgever en rekening houdend met de bijzonderheden van die positie - niet voldoende voortvarend heeft gehandeld. De Raad concludeert dat aan de werkloosheid van werknemer ligt een dringende reden in de zin van art. 7:678 van het BW ten grondslag ligt. Werknemer valt het opkomen van de dringende reden te verwijten. Derhalve is werknemer met ingang van 22 maart 2010 verwijtbaar werkloos geworden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.