Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6144

Centrale Raad van Beroep · 29-08-2012 · zaaknummer 09-2347 WMO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uurtarief persoonsgebonden budget. Uit de tussenuitspraak (LJN BQ0386) vloeit voort dat bestreden besluit 1 dient te worden vernietigd. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Vernietiging aangevallen uitspraak. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen wordt het beroep tegen bestreden besluit 1 gegrond verklaard en wordt dat besluit vernietigd. Het college heeft in bestreden besluit 3 aangegeven dat dit besluit in de plaats komt van het ter uitvoering van de tussenuitspraak genomen bestreden besluit 2, zodat het beroep tegen het bestreden besluit 2 reeds daarom gegrond wordt verklaard. Vernietiging bestreden besluit 2. Indien de huishoudelijke hulp, zoals in dit geval, blijkt te zijn verleend door een persoon die ten tijde van de dienstverlening niet werkzaam was voor een zorginstelling, kan in dat gegeven aanleiding worden gevonden om van een lager uurtarief uit te gaan dan het tarief waarvoor de gemeente in die periode de zorg in natura heeft gecontracteerd. Voor een dergelijk geval acht de Raad het, doch uitsluitend voor besluiten die genomen zijn voor de datum van inwerkingtreding van artikel 21a van de Wmo op 1 september 2012, geoorloofd om voor het bepalen van de hoogte van het pgb-tarief een lager forfaitair bedrag tot uitgangspunt te nemen. Voor de bepaling van de hoogte van dat bedrag acht de Raad het, in aanmerking genomen de wetsgeschiedenis van die bepaling en indien andere objectieve aanknopingspunten ontbreken, in de rede liggen dat wordt uitgegaan van het uurloon behorende bij functiegroep 15 van de CAO Thuiszorg, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Weliswaar is het laatste element afhankelijk van variabelen, maar in hoofdlijnen houdt dit in dat het CAO-loon in deze functiegroep wordt verhoogd met 20%. De Raad is van oordeel dat in dit geval sprake is van objectieve aanknopingspunten om uit te gaan van een lager uurloon dan dat van functiegroep 15 van de CAO Thuiszorg. Het college heeft afdoende gemotiveerd dat appellanten in de periode in geding en met inachtneming van hun individuele situatie voor een uurtarief van € 12,23 in 2007, respectievelijk € 12,72 in 2008, met in naturazorg kwalitatief vergelijkbare zorg hebben kunnen inkopen. De Raad wijst er in dit verband op dat de door het college gehanteerde berekeningswijze grotendeels overeenkomt met die van de Raad in zijn uitspraak van 25 juli 2012, LJN BX5446, die erop neerkomt dat het bruto-uurloon van deze CAO moet worden verhoogd met 20%. Voor dit geval betekent dit, dat de door het college gehanteerde uurtarieven in rechte stand houden en dat het beroep van appellanten tegen het bestreden besluit 3 ongegrond dient te worden verklaard. Het beroep tegen bestreden besluit 3 is ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.