ECLI:NL:CRVB:2012:BX6139
Centrale Raad van Beroep · 23-08-2012 · zaaknummer 11-2315 AW
Inhoudsindicatie
Beëindiging tijdelijk dienstverband. Vanwege de bij de beslissing omtrent een BOA-VOG gehanteerde terugkijktermijn van acht (inmiddels tien) jaren, zou appellant tot 24 oktober 2014 (2016) zijn functie niet kunnen uitoefenen. Deze omstandigheid vormt in beginsel - behoudens doorslaggevende tegenargumenten - een redelijke grond voor ontslag. Het college heeft voldoende aannemelijk gemaakt, dat appellant tijdig op de hoogte heeft kunnen zijn van de gevolgen die de functiewijziging zou meebrengen. Dat het wellicht niet goed tot appellant is doorgedrongen dat zijn eerdere misdrijven, in combinatie met de zwaardere VOG-eisen, hem in ieder geval nog voor een aantal jaren functieongeschikt maakten, is een omstandigheid die voor risico van appellant moet komen. Uit de gedingstukken blijkt dat appellant is toegezegd dat hij gedurende de opzegtermijn van drie maanden zijn werk als interventiemedewerker kan blijven doen. Die gelegenheid is hem ook geboden. Het bestaan van een verdergaande toezegging, nog daargelaten of deze door een daartoe bevoegde functionaris zou zijn gedaan, heeft appellant niet aannemelijk gemaakt. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is niet gebleken.
Advocaten
- H.E. van Veeren
- S. Slappendel
- V.M. Weski
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
