Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5219

Centrale Raad van Beroep · 14-08-2012 · zaaknummer 10-5727 WWB

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering bijstand, omdat betrokkene een tweetal “en/of”-rekeningen heeft die zij niet aan appellant heeft opgegeven. Raad: Zoals de Rb. met juistheid heeft overwogen, rechtvaardigt het gegeven dat een bankrekening op naam van een betrokkene staat, de vooronderstelling dat het op die rekening staande tegoed een bestanddeel vormt van het vermogen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Dit is niet anders bij een zogeheten “en/of” rekening aangezien daarmee slechts wordt aangeduid dat de rekeninghouders zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk over het tegoed kunnen beschikken. In een dergelijke situatie is het aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat het tegendeel het geval is. De Raad is van oordeel dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat zij redelijkerwijs niet kon beschikken over de tegoeden op de twee bankrekeningen. Daarbij heeft de Rb. doorslaggevende betekenis kunnen toekennen aan de verklaringen die [v./d. H.] ten overstaan van de Rb. als getuige heeft afgelegd over de reden waarom en de wijze waarop hij indertijd de “en/of” rekeningen heeft afgesloten. Uit die verklaringen komt naar voren dat [v./d. H.], een weduwnaar met kinderen, aan betrokkene heeft gevraagd of hij, voor het geval hem iets mocht overkomen bij zijn offshore werk, haar ten behoeve van zijn kinderen mocht machtigen en dat zij daarmee heeft ingestemd. Buiten haar medeweten om heeft [v./d. H.] vervolgens op advies van de medewerker van het postkantoor twee “en/of” rekeningen afgesloten omdat een machtiging bij overlijden wordt geblokkeerd. De ongetekende pasjes heeft hij sindsdien, met een wilsbeschikking, in zijn kluis bewaard. De Rb. heeft verder mee kunnen wegen dat uit de gedingstukken blijkt dat op de desbetreffende bankafschriften alleen het adres van [v./d. H.] staat vermeld en dat niet is gebleken dat betrokkene met de pasjes of anderszins van deze rekeningen gebruik heeft gemaakt. Appellant heeft aangevoerd dat de verklaring van [v./d. H.] ontoereikend is voor de conclusie dat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat het tegoed van de bankrekeningen geen bestanddeel vormt van het vermogen waarover zij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, en dat dit evenmin aannemelijk is gemaakt met het ontbreken van een handtekening op de pasjes en het feit dat betrokkene geen gebruik heeft gemaakt van de bankrekeningen, hetgeen volgens appellant niet het geval is. Appellant heeft deze stellingen echter niet nader onderbouwd, terwijl dit wel van hem kon worden verlangd. Het standpunt van appellant dat aanleiding bestaat de juistheid van de door de getuige [v./d. H.] afgelegde verklaring in twijfel te trekken kan derhalve niet zonder meer worden gevolgd. Derhalve heeft betrokkene niet in strijd met de op haar rustende inlichtingenverplichting gehandeld door ten tijde hier van belang geen opgave te doen van de bankrekeningen. Aangevallen uitspraak bevestigd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.