ECLI:NL:CRVB:2012:BX5026
Centrale Raad van Beroep · 14-08-2012 · zaaknummer 11/6339 WWB + 11/6340 WWB
Inhoudsindicatie
Weigering toekenning langdurigheidstoeslag. Uit de Memorie van Toelichting kan worden afgeleid dat de wetgever met artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de WWB heeft beoogd het mogelijk te maken dat recht op langdurigheidstoeslag ontstaat, ook al heeft de betrokkene inkomsten uit arbeid ontvangen. Vereist is dan wel dat het college, gelet op de bijzondere omstandigheden van het individuele geval, van oordeel is dat de betrokkene geen reëel arbeidsmarktperspectief heeft. Gelet op de duur van de werkzaamheden en het feit dat appellant daaruit structureel substantiële inkomsten ontvangt die het bedrag van € 764,-- per jaar te boven gaan heeft het college, in overeenstemming met het beleid, terecht geoordeeld dat niet is voldaan aan de in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de WWB gestelde voorwaarde. Hetgeen appellanten hebben aangevoerd levert geen bijzondere omstandigheden op die het college aanleiding hadden moeten geven van zijn beleid af te wijken. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen (CRvB 24 februari 2009, LJN BH4183 en 4 juli 2006, LJN AY0161) bestaat er geen grond om artikel 36, eerste lid, onderdeel b, althans de zinsnede ‘(…) gelet op de zeer geringe hoogte van de inkomsten uit of in verband met arbeid in die periode en de zeer geringe duur van deze arbeid (…)’ wegens strijd met artikel 26 van het IVBPR buiten toepassing te laten.
Advocaten
- L. Bovenkamp
- L.B.W. Heuts
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
