Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9160

Centrale Raad van Beroep · 19-06-2012 · zaaknummer 10-1216 WWB

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar aanleiding van een tip is een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellante verleende bijstand. In dat kader is dossieronderzoek verricht, zijn inlichtingen ingewonnen bij instanties, zijn getuigen gehoord en zijn appellante en [N.] verhoord. De onderzoeksbevindingen zijn neergelegd in een rapport. De inhoud van het rapport is voor het college aanleiding geweest om bij besluit de bijstand van appellante in te trekken op de grond dat zij met [N.] een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd en dat [N.] een inkomen heeft dat minstens zo hoog is als de uitkering van appellante. Het bezwaar daartegen van appellante heeft het college gegrond verklaard in die zin dat de intrekkingsperiode is beperkt. Appellante heeft tegen de beslissing op bezwaar beroep ingesteld. In beroep heeft appellante onder meer aangevoerd dat het college in bezwaar en beroep, ondanks een verzoek daartoe van appellante, de onderliggende processen-verbaal niet heeft overgelegd. Bij brief aan de Rb. heeft het college processen-verbaal alsnog in het geding gebracht. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Rb. het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en zelf in de zaak voorzien. De Rb. heeft, voor zover hier van belang, de besluitvorming van het college in strijd met art. 3:2 en art. 7:4 Awb geacht, omdat het college niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage heeft gelegd en zich niet heeft vergewist van de juistheid van de in het rapport vermelde feiten. De Rb. heeft de zaak vervolgens inhoudelijk beoordeeld, omdat de processen-verbaal in beroep zijn overgelegd en appellante op de inhoud ervan heeft kunnen reageren. Appellante voert in hoger beroep aan dat de Rb. niet zelf in de zaak had mogen voorzien, maar de zaak had moeten terugwijzen naar het college. Zij stelt dat de Rb. gebruik heeft gemaakt van originele stukken die in de bezwaarfase bij appellante niet bekend waren en waarop zij in die fase dus niet heeft kunnen reageren. Als gevolg daarvan is appellante het recht op een eerlijk proces in de bezwaarfase onthouden. De Raad overweegt dat de Rb. appellante heeft gevolgd in haar beroepsgrond dat de besluitvorming in de bezwaarfase niet zorgvuldig is geweest, hetgeen ook tot vernietiging van het bestreden besluit heeft geleid. De Rb. heeft vervolgens terecht bezien of het geschil finaal zou kunnen worden beslecht. Niet bestreden is dat de originele processen-verbaal in de fase van het beroep (uiteindelijk) deel uitmaakten van het procesdossier en dat appellante hierop in beroep heeft kunnen reageren. Uit de gedingstukken blijkt niet dat appellante de Rb. heeft verzocht om aanhouding van de zaak voor een nadere bestudering van de originele processen-verbaal van het fraudeonderzoek. Appellante heeft in beroep evenmin aangevoerd dat de in het rapport opgenomen samenvattingen van de getuigenverklaringen en van de door appellante en [N.] afgelegde verklaringen niet overeenkomen met de originele processen-verbaal. Verder blijkt uit het in beroep ingediende beroepschrift dat appellante het bestreden besluit en het onderliggende rapport op diverse punten inhoudelijk heeft aangevochten. Niet is gebleken dat het beschikbaar komen van de originele processen-verbaal het college noopte tot een inhoudelijke herbeoordeling van de zaak. In dat verband heeft de gemachtigde van het college ter zitting van de Raad opgemerkt dat de samenvatting van de processen-verbaal niet afwijkt van de inhoud van originele processen-verbaal. Onder deze omstandigheden, en nu ook overigens niet is gebleken dat de gedingstukken onvoldoende gegevens bevatten voor een finale afdoening van het geschil door de Rb., heeft de Rb. ervoor kunnen kiezen de zaak zelf (geheel) af te doen. Daardoor zijn de processuele belangen van appellante niet geschaad. Een nadere beoordeling van de zaak door het college in een nieuwe bezwaarprocedure zou geen toegevoegde waarde hebben gehad. Bij het voorgaande wordt aangetekend dat appellante in hoger beroep opnieuw de gelegenheid heeft gehad op de originele processen-verbaal te reageren en deze stukken te betrekken bij haar betwisting van de juistheid van het bestreden besluit en het oordeel van de Rb. over de intrekking van de bijstand. Appellante heeft die gelegenheid, waarmee het inhoudelijke verschil van opvatting tussen appellante en het college in een tweede, feitelijke rechterlijke instantie aan de orde had kunnen komen, evenwel niet benut.

Advocaten

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.