ECLI:NL:CRVB:2012:BW8331
Centrale Raad van Beroep · 13-06-2012 · zaaknummer 10-4385 WMO
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag vergoeding voor het gebruik van de eigen auto. De Raad stelt vast dat het college, alhoewel daartoe te zijn opgeroepen overeenkomstig art. 8:27 Awb, zonder opgaaf van reden niet op de zitting is verschenen. Hij verbindt daaraan, gelet op art. 8:31 Awb, de gevolgtrekking dat stellingen van appellant die eerst op de zitting zijn betrokken aangemerkt worden als niet door het college te zijn weersproken. Appellant en zijn echtgenote zijn beiden zijn aangewezen op een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen en aan zijn echtgenote is een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen is toegekend in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto. De echtgenote heeft geen rijbewijs en zij wordt voor haar eigen en voor de gezamenlijke vervoerbehoefte gereden door appellant. Daarnaast heeft appellant een eigen vervoerbehoefte en een gezamenlijke vervoerbehoefte met zijn echtgenote. De Raad acht het onder deze omstandigheden niet in overeenstemming met de in art. 4, lid 1, Wmo bedoelde compensatieplicht om de aanvraag van appellant van een financiële tegemoetkoming voor de eigen auto af te wijzen met een beroep op het primaat van het collectief vervoer. Vernietiging bestreden besluit. De Raad voorziet zelf en beslist dat aan appellant een financiële tegemoetkoming van € 670,-- per jaar wordt toegekend voor het gebruik van de eigen auto.
Rechters
Advocaten
- P.C.E. van Hoek
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
