Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7161

Centrale Raad van Beroep · 25-05-2012 · zaaknummer 10-1985 AOW

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om toelating tot vrijwillige verzekering ingevolge de Anw en de AOW. Raad: Niet in geschil is dat appellant niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor toelating tot de vrijwillige verzekering. Ter beoordeling staat of sprake is van bijzondere omstandigheden die meebrengen dat de overschrijding van de aanmeldtermijn appellant niet kan worden tegengeworpen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat appellant - nu hij eerst na het besluit van 12 maart 2008 met terugwerkende kracht tot 30 april 1991 een WAO-uitkering heeft ontvangen - (achteraf bezien) vanaf die datum tot 1 januari 2000 als verplicht verzekerd voor de AOW en ANW moet worden aangemerkt. Appellant heeft eerst na het besluit van 12 maart 2008 ermee bekend kunnen zijn dat hij geacht wordt tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd te zijn geweest en dat hij een verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering heeft kunnen indienen. De Svb heeft gesteld dat appellant terecht de indieningstermijn is tegengeworpen, omdat appellant de Svb niet op de hoogte heeft gesteld van zijn mogelijk nog te realiseren aanspraken ingevolge de WAO. Deze omstandigheid is evenwel in dit geval niet doorslaggevend. In de uitspraak van de Raad van 19 november 2010, LJN: BO6448 is overwogen dat bij de beoordeling of betrokkene kan worden verweten dat hij zich niet binnen één jaar na 1 januari 2000 voor de vrijwillige verzekering heeft aangemeld niet doorslaggevend is dat de betrokkene geen melding heeft gemaakt van zijn lopende aanvraag. Evenals het geval was in de genoemde uitspraak, bestond er voor appellant geen enkele aanleiding om bij de Svb melding te maken van de lopende procedures over zijn aanspraken ingevolge de WAO. Appellant kan dus niet worden verweten dat hij zich niet binnen één jaar na 1 januari 2000 voor de vrijwillige verzekering heeft aangemeld. Niet in geschil is dat appellant - anders dan in de uitspraak van 17 april 2008, LJN: BD0036 - in 2008 niet onredelijk lang heeft gewacht met het indienen van zijn verzoek. Gelet daarop moet worden geconcludeerd dat appellant ten onrechte toelating tot de vrijwillige verzekering is geweigerd.

Advocaten

  • C.A.J. de Roy van Zuydewijn

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.