ECLI:NL:CRVB:2012:BW6550
Centrale Raad van Beroep · 14-05-2012 · zaaknummer 11-7400 WMO
Inhoudsindicatie
Terugvordering pgb. Het college heeft hierbij overwogen dat uit de verantwoording is gebleken dat appellante de hulp bij het huishouden heeft laten uitvoeren door haar inwonende huisgenote en dat zij daarvoor is betaald uit het pgb, terwijl van huisgenoten mag worden verwacht dat zij gebruikelijke zorg leveren. Raad: De Raad stelt vast dat de definitie van gebruikelijke zorg in de Beleidsregels afwijkt van die van de Verordening door niet alleen partners, ouders en inwonende kinderen tot de leefeenheid te rekenen, maar ook andere huisgenoten. Daardoor worden de aanspraken op huishoudelijke hulp beperkt. Uit art. 5 van de Wmo vloeit voort dat het college niet bevoegd is om met voorbijgaan van de Verordening en in afwijking van de uitdrukkelijke bepalingen daarvan zelfstandig regels vast te stellen die de reikwijdte daarvan beperken. Dit betekent dat voor de toepassing van het begrip gebruikelijke zorg, zoals gedefinieerd in art. 1, aanhef en onder e, van de Verordening, slechts van belang kan zijn of sprake is van een leefeenheid met partners, ouders of inwonende kinderen. Voor de uitleg van dat artikellid doen eventuele andere huisgenoten dus niet ter zake. Niet in geschil is dat de inwoonster geen ouder of inwonend kind is van appellante. Vervolgens rijst de vraag of de inwoonster kan worden gekwalificeerd als partner als bedoeld in de Verordening. Anders dan het begrip echtgenoot, is het begrip partner noch in de Wmo noch in de Verordening nader gedefinieerd. Gelet op de feiten en omstandigheden van deze zaak, namelijk dat de inwoonster bij appellante is komen wonen omdat ze geen woonruimte had en dat ze de zorg voor appellante op zich nam, kan niet worden gezegd dat de inwoonster een partner is van appellante. Nu niet is voldaan aan de voorwaarde van art. 1, aanhef en onder e, van de Verordening, dat het moet gaan om partners, ouders of inwonende kinderen, wordt niet toegekomen aan de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de - ook in art. 1, aanhef en onder e, van de Verordening gestelde - voorwaarde dat een gemeenschappelijk huishouden werd gevoerd. Bestreden besluit kan wegens strijd met de Verordening niet in stand blijven. Aangevallen uitspraak vernietigd.
Advocaten
- J.C.R. de Lyon
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
