ECLI:NL:CRVB:2012:BW4457
Centrale Raad van Beroep · 01-05-2012 · zaaknummer 11-91 WWB
Inhoudsindicatie
Medeterugvordering. Gezamenlijke huishouding. Aangezien uit de relatie van appellant en [J.] een dochter is geboren, is voor de vraag of appellant en [J.] in de tweede in geding zijnde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, slechts van betekenis of zij gedurende deze periode hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben gehad. Het college heeft ten aanzien van de tweede in geding zijnde periode aannemelijk gemaakt dat appellant en [J.] hun hoofdverblijf hadden in de woning van [J.]. Het college heeft ook ten aanzien van de eerste in geding zijnde periode aannemelijk gemaakt dat appellant en [J.] hun hoofdverblijf hadden in de woning van [J.]. Anders dan appellant heeft aangevoerd, is er in eerste in geding zijnde periode voorts sprake geweest van wederzijdse zorg.
Advocaten
- M. Draz
- M.J. van Basten Batenburg
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
