ECLI:NL:CRVB:2012:BW3244
Centrale Raad van Beroep · 17-04-2012 · zaaknummer 10/4296 WWB + 10/5435 WWB
Inhoudsindicatie
Intrekking bijstand. Gezamenlijke huishouding. Niet in geschil is dat appellante en [K.] gedurende de hier te beoordelen periode beiden hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning. De verklaringen van appellante, in samenhang met de resultaten van het huisbezoek, bieden een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat in de te beoordelen periode sprake was van wederzijdse zorg. Bezwaar niet-ontvankelijkheid. De brief die door een werkcoach van Uwv Werkbedrijf aan appellante is meegegeven kan niet worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling, omdat deze brief niet is gericht op rechtsgevolg. Het college heeft het bezwaar tegen de brief derhalve terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Afwijzing aanvraag. Ingevolge de WWB wordt een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt. Hetgeen van de zijde van appellante is aangevoerd is geen reden om aan te nemen dat sprake is van bijzondere omstandigheden waarin strikte toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen zozeer in strijd is te achten met algemene rechtsbeginselen dat op die grond toepassing daarvan geen rechtsplicht meer kan zijn.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
