Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2012:BW2063

Centrale Raad van Beroep · 05-04-2012 · zaaknummer 10/4197 AW + 12/1889 AW

Bestuursrecht; Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BT6779) heeft de minister op 30 december 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. In dit besluit heeft de minister overwogen dat de aanvraag van appellant is beoordeeld aan de hand van een belangenafweging. Geoordeeld is dat er voor het korps geen enkel belang aanwezig was om appellant de opleiding te laten volgen. Dit ontbreken van een organisatiebelang is zwaarwegender geacht dan het persoonlijk belang van appellant bij het volgen van de opleiding. De wijze van toepassing van de Regeling is op zichzelf beschouwd aanvaardbaar te achten. De in dit geval toegepaste belangenafweging is niet houdbaar. In dit verband is van belang dat in de op 30 oktober 2007 aan appellant toegezonden brief van 10 mei 2007 met zo veel woorden een belang aan de zijde van de minister is opgevoerd bij het volgen van op outplacement gerichte opleidingen door vliegers van de Dienst Luchtvaartpolitie, en dat het kennelijk althans mede dit gestelde organisatiebelang is geweest dat appellant tot het volgen van de betrokken opleiding en het indienen van zijn aanvraag om een tegemoetkoming ter zake heeft doen besluiten. De minister had bedoelde brief, die met zo veel woorden op appellant van toepassing is verklaard, in zijn afweging dienen te betrekken. Nu de genoemde brief uitdrukkelijk blijk geeft van een ten tijde van de aanvraag aanwezig organisatiebelang, heeft de minister naar het oordeel van de Raad niet in redelijkheid kunnen besluiten die aanvraag op grond van het ontbreken van een zodanig belang integraal af te wijzen. De Regeling voorziet in de mogelijkheid tot vergoeding van ten minste 20% van de kosten van loopbaangerelateerde opleidingen. Alle omstandigheden van dit geval in aanmerking genomen, had een tegemoetkoming ter hoogte van het in de Regeling voorziene minimum niet achterwege mogen blijven. De Raad zal, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, een tegemoetkoming ter hoogte van het minimale percentage van 20% van de opleidingskosten aan betrokkene toekennen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.