ECLI:NL:CRVB:2012:BW1996
Centrale Raad van Beroep · 05-04-2012 · zaaknummer 10-4928 AW
Inhoudsindicatie
Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BT7329) heeft appellant op 30 december 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. In dit besluit heeft appellant overwogen dat de aanvraag van betrokkene is beoordeeld aan de hand van een belangenafweging. Geoordeeld is dat er voor het korps geen enkel belang aanwezig was om betrokkene de opleiding te laten volgen. Dit ontbreken van een organisatiebelang is zwaarwegender geacht dan het persoonlijk belang van betrokkene bij het volgen van de opleiding. De wijze van toepassing van de Regeling is op zichzelf beschouwd aanvaardbaar te achten. De in dit geval toegepaste belangenafweging is niet houdbaar. In dit verband is van belang dat in de op 30 oktober 2007 aan betrokkene toegezonden brief van 10 mei 2007 met zo veel woorden een belang aan de zijde van appellant is opgevoerd bij het volgen van op outplacement gerichte opleidingen door vliegers van de Dienst Luchtvaartpolitie, en dat het kennelijk althans mede dit gestelde organisatiebelang is geweest dat betrokkene tot het volgen van de betrokken opleiding en het indienen van haar aanvraag om een tegemoetkoming ter zake heeft doen besluiten. Appellant had bedoelde brief, die met zo veel woorden op betrokkene van toepassing is verklaard, in zijn afweging dienen te betrekken. Nu de genoemde brief uitdrukkelijk blijk geeft van een ten tijde van de aanvraag aanwezig organisatiebelang, heeft appellant naar het oordeel van de Raad niet in redelijkheid kunnen besluiten die aanvraag op grond van het ontbreken van een zodanig belang integraal af te wijzen. De Regeling voorziet in de mogelijkheid tot vergoeding van ten minste 20% van de kosten van loopbaangerelateerde opleidingen. Alle omstandigheden van dit geval in aanmerking genomen, had een tegemoetkoming ter hoogte van het in de Regeling voorziene minimum niet achterwege mogen blijven. De Raad zal, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, een tegemoetkoming ter hoogte van het minimale percentage van 20% van de opleidingskosten aan betrokkene toekennen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
