ECLI:NL:CRVB:2012:BV7976
Centrale Raad van Beroep · 06-03-2012 · zaaknummer 10-3680 WWB
Inhoudsindicatie
Terugvordering. Hoewel er geruime tijd is gelegen tussen enerzijds de intrekkingsbesluiten en anderzijds het terugvorderingsbesluit is er geen grond voor het oordeel dat het zorgvuldigheidsbeginsel meebrengt dat het college om die reden van terugvordering had behoren af te zien. De door appellant gestelde financiële problemen vormen geen dringende reden om van terugvordering af te zien, te minder omdat appellant bij de invordering wordt beschermd door de beslagvrije voet. Dat appellant het niet eens is met de mededeling in het aan hem gerichte besluit dat zijn ex-echtgenote slechts hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling, kan niet afdoen aan de rechtmatigheid van de terugvordering jegens hem. Nu de tot appellant gerichte intrekkingsbesluiten in rechte onaantastbaar zijn geworden, was het college bevoegd de uit dien hoofde ten onrechte gemaakte kosten van bijstand van appellant terug te vorderen.
Advocaten
- H.M.J. Offermans
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
