ECLI:NL:CRVB:2012:BV2723
Centrale Raad van Beroep · 03-02-2012 · zaaknummer 10/3644 WW + 10/6792 WW
Inhoudsindicatie
Geen recht op een WW-uitkering. Geen gezagsverhouding tussen partners. Uitgangspunt is dat het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarbij sprake is van een dienstbetrekking tussen partners in de regel niet aannemelijk is, omdat gewoonlijk de vereiste gezagsverhouding zal ontbreken. Dit sluit echter de mogelijkheid niet uit dat de ene partner werkgeversgezag uitoefent over de andere partner, maar dat kan alleen worden aangenomen als de omstandigheden van het geval hier duidelijk op wijzen. In het geval van appellante is niet gebleken dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen de partners. Het Uwv heeft hier een juist standpunt over ingenomen in het bestreden besluit en het onderzoeksrapport werknemersfraude. Uit dit rapport volgt dat appellante, haar partner en het bedrijf op hetzelfde adres woonden dan wel gevestigd waren, appellante sterk betrokken was bij het opbouwen van het bedrijf en dat appellante een andere positie had dan de andere werknemers. Zij ontving daarnaast een hoog loon en heeft verklaard dat zij eigenlijk altijd werkte, ook wel als zij vrij had. Uit het feit dat appellante preventief een WW-uitkering heeft aangevraagd valt eveneens af te leiden dat van werknemersgezag geen sprake was.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
