ECLI:NL:CRVB:2012:BV2325
Centrale Raad van Beroep · 31-01-2012 · zaaknummer 09-5061 WWB
Inhoudsindicatie
Intrekking aanvullende bijstand. Terugvordering. De rechtbank heeft de Svb terecht gevolgd in zijn standpunt dat appellante als economisch niet-actieve burger van Polen aan de Richtlijn 2004/38/EG in ieder geval al vanaf januari 2007 geen verblijfsrecht meer kon ontlenen. In de omstandigheden waarin appellante ten tijde hier van belang verkeerde, kon zij aan artikel 18 van het EG-Verdrag niet het recht ontlenen op het grondgebied van Nederland te verblijven. Het kon appellante redelijkerwijs duidelijk zijn dat de afwijzing van de aanvraag van een document waaruit het rechtmatig verblijf in Nederland als gemeenschapsonderdaan blijkt een gegeven is dat van invloed kon zijn op haar recht op bijstand. Dat betekent dat zij haar wettelijke inlichtingenverplichting heeft geschonden. De Svb was bevoegd tot intrekking van de bijstand en tot terugvordering. Matiging terugvordering. Met de toegepaste matiging heeft de Svb de eigen onvolkomenheid in het onderzoek betreffende de aanvraag voldoende gecompenseerd. Het beroep op de zesmaanden-jurisprudentie slaag niet.
Advocaten
- K. Verbeek
- P.M. Iwema
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
