ECLI:NL:CRVB:2011:BV0088
Centrale Raad van Beroep · 21-12-2011 · zaaknummer 10-3662 WMO
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering pgb. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat in hetgeen appellant heeft aangevoerd onvoldoende is gebleken van onbillijkheden van overwegende aard als bedoeld in artikel 4.1 van de Verordening. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de door appellant aangevoerde omstandigheden dat hij een laag opleidingsniveau heeft, de Nederlandse taal niet machtig is en schulden heeft, niet zodanig bijzonder zijn dat dit aanleiding diende te geven tot toepassing van de hier aan de orde zijnde hardheidsclausule. Anders dan de gemachtigde van appellant ter zitting van de Raad heeft betoogd, is de Raad van oordeel dat ook het samenstel van deze omstandigheden geen aanleiding hoefde te geven tot toepassing van de hardheidsclausule.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
