ECLI:NL:CRVB:2011:BV0002
Centrale Raad van Beroep · 21-12-2011 · zaaknummer 10-6211 WW
Inhoudsindicatie
Intrekking WW-uitkering. Terugvordering. Boete. Gelet op de voorhanden zijnde gegevens staat vast dat appellant vanaf 24 augustus 2009 reeds 40 uren per week bezig was met de onderneming. Dat betekent dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant niet langer recht had op een WW-uitkering omdat zijn werknemerschap verloren is gegaan Appellant heeft de hem rustende inlichtingenplicht geschonden. Het moet appellant duidelijk zijn geweest zijn dat hij tijdens de onderzoeksperiode uitsluitend onderzoeksactiviteiten mocht verrichten. Appellant heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat de voorlichting van het Uwv, en dan met name van zijn werkcoach in deze periode en op dit punt, te kort is geschoten. Het Uwv was gehouden de onverschuldigd betaalde uitkering van appellant terug te vorderen. De overwegingen op grond waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat in het geval van appellant geen dringende redenen aanwezig zijn om van intrekking en terugvordering af te zien, zijn juist. De Raad merkt daarbij nog op dat appellant de stelling dat het voortbestaan van het bedrijf van appellant in gevaar komt niet heeft onderbouwd. Appellant valt niet alleen objectief maar ook subjectief een verwijt te maken. Het Uwv was dan ook gehouden appellant een boete op te leggen. Gelet op de ernst van de overtreding en op alle overige ten aanzien van appellant gebleken omstandigheden is de opgelegde boete van € 1.250,- een evenredige sanctie.
Advocaten
- A.F. van den Berg
- M.W.A. Blind
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
