ECLI:NL:CRVB:2011:BU7319
Centrale Raad van Beroep · 08-12-2011 · zaaknummer 10-4717 AW
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek vergoeding wettelijke onterecht. De (niet succesvolle) aanvraag om toekenning van een ziekte-uitkering behoefde destijds voor de minister geen aanleiding te zijn om het verlengde wachtgeld spontaan toe te kennen. Aangezien de minister dus niet in verzuim was om het verlengde wachtgeld te betalen, ontbreekt een aanspraak op schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente. De minister had wel binnen de termijn van 8 weken op het verzoek behoren te beslissen. Vanwege de door de minister gehanteerde termijn van bijna 14 maanden is het toekenningbesluit in zoverre dus onrechtmatig en heeft appellant in zoverre aanspraak op vergoeding van wettelijke rente.
Advocaten
- A.J.J. Kreutzkamp
- C.H.M.J. Arets
- J.A. van Rooijen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
