ECLI:NL:CRVB:2011:BU6084
Centrale Raad van Beroep · 25-11-2011 · zaaknummer 10/5475 TW + 10/5476 TW
Inhoudsindicatie
Nu besluit 1 op goede gronden berust, is de Raad van oordeel dat appellant bij besluit 2 terecht met toepassing van artikel 20, eerste lid, van de TW een bedrag van € 4.740,62 wegens onverschuldigde betaling van betrokkene heeft teruggevorderd. De Raad is van oordeel dat er geen sprake is van dringende redenen die voor appellant aanleiding hadden kunnen zijn om van terugvordering af te zien. Van een dergelijke dringende reden is naar vaste rechtspraak van de Raad slechts sprake als het gevolg van de terugvordering onaanvaardbaar is. Naar het oordeel van de Raad heeft betrokkene niet aannemelijk gemaakt dat de onderhavige terugvordering dergelijke onaanvaardbare gevolgen voor hem heeft.
Advocaten
- M.J.G. Voets
- W.J. Belder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
