ECLI:NL:CRVB:2011:BU1937
Centrale Raad van Beroep · 20-10-2011 · zaaknummer 11-481 AW
Inhoudsindicatie
Oplegging onvoorwaardelijk ontslag. De minister was bevoegd appellant disciplinair te straffen. De Raad is van oordeel dat de aard en ernst van de verweten gedragingen zodanig zijn dat de opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is te achten. Temeer nu de Raad van oordeel is dat ook het niet melden van het bezoek aan zijn gedetineerde relatie te Almere als plichtsverzuim van appellant moet worden aangemerkt, acht de Raad het oordeel van de rechtbank op dit onderdeel juist.
Advocaten
- A. Verschoor
- E.C.M. Roelvink
- R.J. Vos
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
