ECLI:NL:CRVB:2011:BU1413
Centrale Raad van Beroep · 11-10-2011 · zaaknummer 10-4791 WWB
Inhoudsindicatie
De Raad is anders dan de rechtbank, en onder verwijzing naar zijn uitspraken van 21 april 2009, LJN BH9423 en van 5 juli 2011, LJN BR1242, van oordeel dat appellant in geval van overschrijding van de vermogensgrens niet gehouden is om bij de berekening achteraf van een fictieve intering van het vermogen uit te gaan van een hogere norm dan eenmaal de geldende bijstandsnorm per maand. Appellant diende een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Appellant heeft de Raad bij schrijven van 23 november 2010 bericht dat in overleg met betrokkene hiermee is gewacht nu betrokkene nog enkele rekeningafschriften diende te overleggen. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het voor betrokkene mogelijk kostbaar is om enkele oudere afschriften, indien deze beschikbaar zijn, op te vragen bij de bank. In dit kader merkt de Raad op dat de gemachtigde van appellant ter zitting heeft toegezegd de kosten hiervoor in principe voor zijn rekening te willen nemen. Gelet hierop hebben partijen ter zitting verklaard er verder samen uit te kunnen komen voor wat betreft het nog te nemen nadere besluit. Vernietiging uitspraak.
Advocaten
- J. Spanjaard
- M.A. Galarce-Adriaansen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
