Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2011:BS8885

Centrale Raad van Beroep · 09-09-2011 · zaaknummer 10-5914 WAO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De Raad dient in te gaan op de vraag of de uit appellants psychische klachten en rugklachten voortvloeiende beperkingen, al dan niet verzekerd zijn als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de WAO en of die leiden tot een toeneming van de arbeidsongeschiktheid. In dat verband is van belang dat uit de verzekeringsgeneeskundige rapporten, die aan het toekenningsbesluit van 6 januari 1978 en aan het herzieningsbesluit van 22 december 1978 ten grondslag hebben gelegen, duidelijk blijkt dat toen sprake was van psycho-somatische klachten en daaruit voortvloeiende (a-specifieke) rugklachten. De Raad wijst daarbij in het bijzonder op de GAK-rapporten van 2 maart 1977 en van 15 maart 1977, waaruit naar voren komt dat sprake was van psycho-somatische klachten en rugklachten, welke klachten bij onderzoek in het Diaconessenziekenhuis niet te objectiveren waren. De verzekeringsartsen hebben na hun onderzoek op grond van alle beschikbare gegevens geconcludeerd dat de psychische klachten en de rugklachten en de hieruit voortvloeiende beperkingen niet in ernst zijn toegenomen. Evenals de rechtbank heeft de Raad, gelet op de thans voorhanden zijnde stukken, geen aanleiding gevonden te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van deze artsen. Appellant heeft geen medische stukken in het geding gebracht waaruit zou kunnen blijken dat hij vanwege zijn psychische klachten en/of rugklachten zwaarder dan wel anders beperkt is dan door het Uwv is aangenomen. Wat betreft de geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies, alsmede de motivering van de signaleringen bij die functies, overweegt de Raad het volgende. Aan de schatting zijn ten grondslag gelegd de functies van produktiemedewerker industrie, magazijn/expeditiemedewerker en produktiemedewerker textiel, geen kleding. De Raad is met de rechtbank en op dezelfde gronden als zij heeft gebezigd van oordeel dat deze functies voor appellant, gelet op FMLI, geschikt zijn en dat dit afdoende is gemotiveerd in de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige. Nu appellant in hoger beroep niet nader heeft vermeld op welke punten de belasting in de voorgehouden functies niet overeenkomt met de in FMLI vastgestelde belastbaarheid van appellant dan wel onvoldoende is gemotiveerd dat de functiebelasting de mogelijkheden van appellant niet overschrijdt, ziet de Raad geen aanleiding hieraan verdere overwegingen te wijden.

Advocaten

  • R.P. Dielbandhoesing

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.