ECLI:NL:CRVB:2011:BR6573
Centrale Raad van Beroep · 31-08-2011 · zaaknummer 10-1203 WWB
Inhoudsindicatie
Aangezien appellant eerst in 2008 kennis heeft genomen van het besluit van 10 augustus 2000 en hem aldus niet kan worden verweten dat hij de openstaande vordering niet voor 2001 heeft betaald, had brutering van deze vordering achterwege moeten blijven. Dit betekent dat de vordering slechts € 239,41 bedraagt. Het College ziet van invordering af indien een vordering van maximaal € 250,-- een jaar na het eerste onderzoek naar inningsmogelijkheden wederom oninbaar blijkt. Nu deze situatie zich hier voordoet, is bij besluit van 19 september 2008 ten onrechte tot invordering besloten. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door het besluit van 19 september 2008 te herroepen.
Rechters
Advocaten
- P. van der Po
- R.S. Wijling
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
