ECLI:NL:CRVB:2011:BR1576
Centrale Raad van Beroep · 07-07-2011 · zaaknummer 10-3119 AW
Inhoudsindicatie
Het bestuur stelt zich op het standpunt dat, wil een rechter zich kwalificeren voor de functie van vpi, hij blijk moet geven van een natuurlijk, juridisch-inhoudelijk gezag dat zich uit in een leidende positionering op verschillende vlakken, waaronder met name de behandeling van zaken, de bewaking van inhoudelijke kwaliteit en het verzorgen en coördineren van de opleiding voor rechters. Het komt aan, aldus het bestuur, op een voldoende mate van meerwaarde, waardoor een rechter het niveau van een “gewone” rechter ontstijgt. De Raad is van oordeel dat het bestuur niet het recht kan worden ontzegd de(ze) maatstaf te hanteren. Het oordeel dat appellante daaraan niet voldoet, is met enkele concrete voorbeelden onderbouwd.
Advocaten
- G.C. van Keekum
- S. van Waegeningh
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
