Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2011:BR0660

Centrale Raad van Beroep · 07-07-2011 · zaaknummer 10-1246 WAO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het beroep is gericht tegen de ingangsdatum van de herziening van de WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Niet betwist is dat aan deze herziening een juiste toepassing van het oude Schattingbesluit ten grondslag ligt. In zoverre is de vermeende uitlating van de primaire verzekeringsarts juist, dat alsnog herbeoordeling op basis van het oude Schattingbesluit diende plaats te vinden. Uit hetgeen eiseres over deze uitlating heeft gesteld kan echter niet worden afgeleid dat aan haar bevoegd zou zijn toegezegd dat herziening van haar WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% zou plaatsvinden per een datum in 2004, dan wel in ieder geval voor 22 februari 2007. Ook overigens ziet de rechtbank in de wet geen grondslag voor de stelling dat verweerder in 2004 verplicht was om eiseres, met gevolgen voor haar uitkeringsaanspraken, aan een herkeuring te onderwerpen. De Raad onderschrijft deze weergegeven overwegingen uit de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Hij voegt daar nog aan toe dat ter zitting van de zijde van het Uwv is verklaard dat bij hem geen telefoonrapporten of anderszins verslagleggingen bekend zijn met betrekking tot het door appellante gestelde telefonische bezwaar tegen het besluit van 24 juni 2003 en dat van de zijde van appellante ook geen verdere gegevens daarover konden worden verstrekt. Evenals de rechtbank is de Raad voorts niet gebleken dat van de zijde van het Uwv aan appellante bevoegdelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd zou zijn toegezegd dat een eerdere datum van ingang van de in geding zijnde herbeoordeling aan de orde zou kunnen zijn. Voorzover appellante meent dat het verzekeringsgeneeskundig oordeel dat ten grondslag is gelegd aan het bestreden besluit ook van betekenis is voor de medische grondslag van de – rechtens vaststaande - besluiten van 24 juni 2003 en 2 juli 2008, wijst de Raad erop dat de rechtbank heeft vastgesteld dat niet gebleken is van een aanvraag om terug te komen van die besluiten. Dit neemt overigens niet weg dat het appellante vrijstaat om onder verwijzing naar bijvoorbeeld de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische beoordeling alsnog aan het Uwv te verzoeken om terug te komen van die rechtens vaststaande besluiten.

Advocaten

  • H. Halfers

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.