Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2011:BR0655

Centrale Raad van Beroep · 06-07-2011 · zaaknummer 08-7345 WAO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking en toekenning WAO-uitkering. De Raad is van oordeel dat voor wat betreft de psychische klachten van appellante en de daaruit voortvloeiende beperkingen beslissende betekenis moet worden toegekend aan het in rubriek I genoemde rapport van de door de Raad ingeschakelde deskundige Hoencamp. Deze heeft vastgesteld dat er bij appellante ten tijde van zijn onderzoek sprake is van een bont beeld met angstklachten en depressieve klachten dat het best past binnen de omschrijving van een dysthyme stoornis bij een vrouw die in een complex sociaal systeem woont en qua karakter weinig doortastend is. Met betrekking tot de datum in geding heeft hij aangegeven dat deze sociale en psychiatrische constellatie met zich zal brengen dat het voor haar moeilijk is om zich op arbeid te richten. Dit kan zich uiten in concentratieproblemen, vermoeidheid, schrikreacties en (mogelijk) inadequate agressiviteit. Dit alles brengt echter naar zijn mening niet mee dat er zoveel beperkingen zijn dat zij in het geheel geen arbeid kan verrichten. Hij heeft in zijn rapport dan ook te kennen gegeven dat hij zich kan verenigen met de voor appellante vastgestelde belastbaarheid en dat appellante in staat moet worden geacht de voor haar geselecteerde functies uit te oefenen. De Raad is alles afwegende van oordeel dat deze deskundige, die bij zijn onderzoek de beschikking had over alle in geding zijnde medische gegevens, op zorgvuldige wijze een onderzoek heeft ingesteld en daarvan op inzichtelijke wijze verslag heeft gedaan. De Raad acht de conclusies van de deskundige, welke conclusies zijn beargumenteerd aan de hand van relevante medische inzichten, begrijpelijk en overtuigend. In de door appellante in januari 2011 nog ingebrachte medische informatie heeft de Raad geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan het oordeel van de deskundige en de Raad ziet daarom geen aanleiding om af te wijken van het in vaste rechtspraak besloten liggende uitgangspunt dat het oordeel van de onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel wordt gevolgd. Op grond van het vorenstaande is de Raad van oordeel dat de door het Uwv in verband met de psychische klachten van appellante vastgestelde beperkingen niet voor onjuist kunnen worden gehouden. Met betrekking tot de door het Uwv in verband met de fysieke klachten van appellante vastgestelde beperkingen is de Raad op grond van de gedingstukken niet tot een andere conclusie kunnen komen. De Raad is dan ook van oordeel dat de medische component van het bestreden besluit op goede gronden berust. In de omstandigheid dat pas in hoger beroep door middel van het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 14 maart 2011 de passendheid van de functies voldoende is toegelicht, ziet de Raad redenen om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de door appellante in beroep en in hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.288,--.

Advocaten

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.