ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9976
Centrale Raad van Beroep · 29-06-2011 · zaaknummer 09-6626 ZW
Inhoudsindicatie
Beëindiging ZW-uitkering op de grond dat appellant op en na die datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In artikel 4:6, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Ingevolge het tweede lid kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden gemeld, de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn oorspronkelijk afwijzende besluit. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is de conclusie van het Uwv, dat bij de medische beoordeling in 1995/1996 voldoende rekening is gehouden met de ernstige vermoeidheidsklachten van appellant waarvan thans is komen vast te staan dat zij mogelijk het gevolg van MS waren, niet te volgen. De Raad ziet geen reden om aan de bevindingen en de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts te twijfelen en ziet ook overigens in de beschikbare gegevens geen aanknopingspunten om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Het standpunt van appellant dat hij in 1995/1996 het beginstadium van MS reeds voorbij was en hij daardoor niet in staat was zijn arbeid voltijds te verrichten, wordt door hem niet nader met medisch objectieve gegevens onderbouwd. De Raad zal aan dit standpunt derhalve voorbijgaan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
