ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9787
Centrale Raad van Beroep · 21-06-2011 · zaaknummer 09/812 WWB + 10/3261 WW
Inhoudsindicatie
1) Verlening gedeeltelijke ontheffing van de verplichting om gebruik te maken van een door de DWI aangewezen voorziening te volgen tot sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak 1 aangevoerd dat hem algehele ontheffing had moeten worden verleend van de verplichting om gebruik te maken van een door de DWI aangewezen voorziening te volgen tot sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. In dit geval zijn de rapportages op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en genoegzaam gemotiveerd, zodat het College zich op het eindadvies, inhoudende dat appellant psychisch belastbaar is, heeft mogen baseren. De Raad stelt voorop dat het traject bij Vizyon een door het College aangeboden voorziening is ter sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat het in beginsel aan het College is om te bepalen welke voorziening voor appellant het meest geschikt is om het beoogde doel te bereiken. Dat appellant meent dat hij niet tot de doelgroep van het traject behoort, namelijk de allochtone man, neemt niet weg dat de cursus - ook - in meer algemene zin voorziet in sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. Het geschil spitst zich vervolgens toe op de vraag of appellant er een verwijt van kan worden gemaakt dat hij het traject voortijdig heeft beëindigd. De Raad is van oordeel dat het in ieder geval op de weg van appellant had gelegen om zijn bezwaren tegen de cursus, onder meer tegen het onderdeel over genderverhoudingen, met de trajectbegeleider te bespreken. Vanuit de cursusleiding is de bereidheid uitgesproken om maatwerk te leveren en het programma voor appellant zo nodig aan te passen. Appellant was evenwel niet bereid tot enig overleg, wat, gelet op zijn beperkte arbeidsmarktperspectief, nu juist wel van hem verwacht mocht worden. Anders dan namens appellant ter zitting is aangevoerd, blijkt uit de gedingstukken dat het in februari 2009 niet ging om het vervullen van een participatiebaan en ook dat de voorziening ten tijde hier van belang niet meer dan 26 uur zou omvatten. In de gedingstukken ziet de Raad voorts geen aanknopingspunten voor het standpunt van appellant dat Vizyon zou discrimineren. Uit het vorenstaande volgt dat van de appellant verweten gedraging niet kan worden gezegd dat elke verwijtbaarheid ontbreekt.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
