ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9574
Centrale Raad van Beroep · 24-06-2011 · zaaknummer 10-4223 WAO
Inhoudsindicatie
Als gevolg van kortingsbesluiten en het besluit tot beëindiging van de uitkering per 1 januari 2008 staat vast dat aan appellante over de periode van 1 januari 2005 tot 1 augustus 2008 een bedrag van € 22.882,34 bruto – tegen de hoogte van het bedrag als zodanig heeft appellante geen bezwaren geuit – te veel aan WAO-uitkering is betaald. Op grond van artikel 57, eerste lid, van de WAO is het Uwv gehouden tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde. Slechts indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, kan het Uwv beslissen geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Zoals blijkt uit de wetgeschiedenis kunnen dringende redenen slechts gelegen zijn in de onaanvaardbaarheid van de sociale of financiële gevolgen die voor betrokkene als gevolg van de terugvordering optreden. Naar het oordeel van de Raad heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat de onderhavige terugvordering dergelijke onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen voor haar heeft. De omstandigheid dat appellante gedurende de rest van haar werkzame leven van een minimuminkomen moet zien rond te komen kan naar het oordeel van de Raad niet als een dringende reden in voormelde zin worden aangemerkt. Dit betekent dat het beroep van appellante op een dringende reden moet worden verworpen en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
