Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9452

Centrale Raad van Beroep · 14-06-2011 · zaaknummer 10-2935 WWB

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand in verband met de kosten van een verhuizing, de eerste maand huur van de nieuwe woning, borg en administratiekosten, verhuiskosten en inrichtingskosten. Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken dat appellante geen enkele gelegenheid heeft gehad om voorafgaand aan het tekenen van het huurcontract en het betalen van de kosten op 12 juni 2008 een (voorlopige) aanvraag om bijzondere bijstand in te dienen. Nu appellante de kosten voor de eerste maand huur en de daarbij komende kosten zelf heeft gefinancierd door geld te lenen bij haar moeder, gaat de Raad er, evenals de rechtbank, van uit dat de aanvraag om bijstand voor deze kosten betrekking heeft op de aflossing van een schuld. De Raad ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 49, aanhef en onderdeel b, van de WWB. Volgens het College is de noodzaak van de verhuizing niet komen vast te staan en was er daarom geen sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. Het College heeft daarom de aanvraag om bijzondere bijstand voor de verhuiskosten afgewezen. De Raad is met het College en de rechtbank van oordeel dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de gemeente Amsterdam geen schuldhulpverlening zou kunnen krijgen en dat verhuizing de enige mogelijke oplossing was. Uit de gedingstukken blijkt niet dat schuldhulpverleningsinstanties in Amsterdam stelselmatig hebben geweigerd om appellante bij te staan. Bij het verweerschrift in hoger beroep heeft het College een rapportage van de DWI van 11 juli 2008 ingezonden. Uit die rapportage, behorend bij de aanvraag om bijzondere bijstand, blijkt dat appellante met betrekking tot een huurschuld een aflossingsregeling had getroffen met schuldhulpverlener stichting Doras. Nu appellante haar stelling niet aannemelijk heeft gemaakt, kan in het midden blijven of de gestelde feiten voor de beoordeling van een aanvraag om bijzondere bijstand moeten leiden tot de conclusie dat de verhuizing noodzakelijk was.

Advocaten

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.