ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8226
Centrale Raad van Beroep · 01-06-2011 · zaaknummer 10/2438 AW
Inhoudsindicatie
Beëindiging tijdelijke aanstelling. Het bestreden besluit betreft de beëindiging van de tijdelijke aanstelling van appellante bij wijze van proef als bedoeld in artikel 2:4, eerste en vierde lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Groningen. Hierbij past de vraag of, behoudens anderszins strijd met enige regel van ongeschreven recht, het college in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat appellante niet aan de door het college in redelijkheid te stellen eisen of verwachtingen heeft voldaan (CRvB 13 april 2006, LJN AX1527). De Raad is van oordeel dat de uitlatingen geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen bevatten die bij appellante het gerechtvaardigd vertrouwen hebben kunnen opwekken dat zij met ingang van 1 juni 2008 een vaste aanstelling als medewerker Binnendienst (of in een andere functie bij de gemeente Groningen) zou krijgen.
Advocaten
- J.M. de Nooij
- L.N. Hoekstra
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
