ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7750
Centrale Raad van Beroep · 08-06-2011 · zaaknummer 10-1581 WW
Inhoudsindicatie
Weigering faillissementsuitkering toe te kennen. Het Uwv heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het appellant bij aanvang van de dienstbetrekking redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat in verband met blijvende betalingsonmacht geen of slechts gedeeltelijke loonbetaling zou plaatsvinden. De Raad is tevens van oordeel dat de opgelegde maatregel van een blijvend gehele weigering voldoende is afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin appellant de gedraging verweten kan worden. De Raad heeft hierbij in aanmerking genomen dat appellant ten volle kan worden aangerekend dat hij de verplichting van artikel 63, derde lid, van de WW niet of niet behoorlijk is nagekomen. Het bestreden besluit, hoewel summier gemotiveerd, is door de rechtbank dan ook terecht in stand gelaten.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
