ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4095
Centrale Raad van Beroep · 28-04-2011 · zaaknummer 09-2375 AW
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat uit de stukken niet kan worden opgemaakt dat appellant zich in Teheran schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat daarom ook niet gesproken kan worden van een waarschuwing. De Raad is van oordeel dat de opgelegde straf onevenredig is aan het plichtsverzuim dat appellant kan worden verweten. Van enige concrete gedraging aan de hand waarvan kan worden aangetoond dat appellant ongeschikt is voor het vervullen van zijn functie is geen sprake. De minister heeft appellant ten onrechte geen verbeterkans gegeven. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
