ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3508
Centrale Raad van Beroep · 28-04-2011 · zaaknummer 10-2201 AW
Inhoudsindicatie
Terugvordering onverschuldigd betaalde bezoldiging. De Raad is van oordeel dat appellant er niet gerechtvaardigd op heeft kunnen vertrouwen dat de op last van de voorzieningenrechter tot en met 24 januari 2005 doorbetaalde bezoldiging hem rechtens toekwam en dat hij die bezoldiging niet behoefde terug te betalen, ook als het college zijn besluitvorming zou handhaven en die besluiten vervolgens in beroep en hoger beroep zouden standhouden. Integendeel, nu het college bij de beslissingen op bezwaar uitdrukkelijk heeft vermeld dat de gedane betalingen worden teruggevorderd wanneer die besluiten rechtens onaantastbaar zijn, moest appellant er van meet af aan rekening mee houden dat hij een terugvordering tegemoet kon zien. Van strijd met de rechtszekerheid of met het vertrouwensbeginsel is daarom geen sprake. Van strijd met de zogenoemde zesmaandenjurisprudentie is evenmin sprake.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
